Gepubliceerd op WT-Invest :: Beter beleggen - hoog rendement - waarde-aandelen - NAIC-methode (http://www.wt-invest.com)
Indekken van renterisico's
Door wtinvest
Aangemaakt 02/29/2008 - 23:24

Rentefluctuaties

Dat de rente in vrij korte tijd flink kan stijgen en dalen ondervonden we in de periode 1995-2000 aan den lijve. Begin januari zakte de kapitaalmarktrente naar een dieptepunt (5,5%). Op 19 april bereikte de rente het hoogste punt in de voorafgaande 14 maanden (6,8%). Op 4 juni loopt hij zelfs op tot 7,2%. Zo'n 1,6 procentpunt stijging in vier maanden. Ondernemers kunnen daar last van hebben, evenals beleggers en ook (potentiële) woningbezitters die met een hogere hypotheekrente worden geconfronteerd.

Derivaten

Steeds vaker dekken ondernemers en beleggers zich in tegen zulke renterisico's. Daarbij maken zij gebruik van zogeheten derivaten: financiële instrumenten die zijn afgeleid van een bepaald financieel product. Ze worden onderscheiden in derivaten die op beurzen worden verhandeld ('exchange traded') en in 'over the counter'(OTC) derivaten. Deze laatste zijn door een bank speciaal op de wensen van de cliënt toegesneden contracten.

Aanval en verdediging

Zowel ondernemers als beleggers beperken zich daarbij overigens niet tot een defensieve opstelling in die zin dat men risico's afdekt. Men kiest ook vaak een meer offensieve benadering om met derivaten van rentefluctuaties te profiteren.

Future Rate Agreement (FRA)

Een ondernemer heeft over vier maanden één jaar lang 2 miljoen euro nodig. Hij verwacht dat de geldmarktrente zal stijgen en wil zich tegen die stijging indekken. Hij sluit op 31 maart een FRA af tegen 4,91%: hij spreekt met zijn contractpartner, meestal zijn bank, af om het verschil tussen de feitelijke jaarrente die over vier maanden geldt en de afgesproken 4,91% te verrekenen. Men hanteert bij de bepaling van het rentepercentage meestal de EURIBOR (European Interbank Offered Rate), het percentage dat Europese banken elkaar berekenen en vergoeden op onderlinge kortlopende kredieten, als basis. Is inderdaad over vier maanden de 12-maandsrente boven de 4,91% gestegen, dan krijgt de ondernemer het verschil uitbetaald. Daar staat tegenover dat de lening op het feitelijke - hogere - renteniveau wordt afgesloten. Daalt - in tegenstelling tot zijn verwachting - de jaarrente, dan kan de ondernemer zijn financiering tegen die lagere rente afsluiten. Maar hij moet dan wel het verschil tussen 4,91% en de feitelijke - lagere - rente aan de bank betalen. De ondernemer heeft zodoende zijn toekomstige rentekosten voor de betreffende periode gefixeerd op 4,91%.

Een offensieve renteswap

Stel dat een onderneming een obligatieschuld heeft van € 20 miljoen waarop een vaste jaarrente moet worden betaald van 6%. Aflossing van de lening vindt plaats over vier jaar. De kapitaalmarktrente is op dit moment 5,5% en de ondernemer verwacht dat de rente in de komende vier jaar zal dalen. Op basis van die verwachting zou de ondernemer liever een variabele rente betalen over zijn schuld. Een renteswap (letterlijk: renteruil) kan hier uitkomst bieden. De ondernemer spreekt met zijn bank af dat hij vier jaar lang een variabele rente (ook hier is de EURIBOR de basis) zal betalen over € 20 miljoen, terwijl de bank hem een vaste rente uitkeert over datzelfde bedrag. Voor alle duidelijkheid: de partijen gaan uitsluitend een renteverplichting aan, er is hier geen sprake van kredietverlening. Over de nieuwe renteafspraak ontvangt de bank wel opnieuw een provisie. Bij een normale rentestructuur, waarbij de interestvoet hoger is naarmate de looptijd langer is, levert deze transactie de onderneming direct al een rentevoordeel op. Het kortlopend EURIBOR-tarief (eind mei 2000 was dit 4,1%) ligt dan immers onder de aan de bank te betalen kapitaalmarktrente.(De obligatierente lag eind mei iets boven de 5,5%). In het cijfervoorbeeld bedraagt het positieve verschil 5,5% - 4,1% = 1,4%. Als de rente inderdaad zakt, wordt het rentevoordeel nog groter: de aan de bank te vergoeden variabele rente daalt, terwijl de rente die van de bank wordt ontvangen gelijk blijft. Vanzelfsprekend kan bij een rentestijging de transactie nadelig uitpakken voor de onderneming. Maar tegen dit risico kan hij zich indekken door de aanschaf van een cap.

Maar het kan ook defensief

De renteswap kan ook defensief worden toegepast. Bijvoorbeeld als een variabele rente wordt 'geswapt' tegen een vaste rente. Precies het omgekeerde van het contract dat werd beschreven bij de offensieve renteswap. De onderneming heeft haar rente dan gefixeerd. De renteswap heeft de afgelopen tien jaar sterk aan populariteit gewonnen. Dit is vooral te danken aan het feit dat de minimumbedragen waarop de swaps betrekking hebben flink zijn afgenomen. Daardoor kan dit financiële instrument tegenwoordig ook worden gebruikt door middelgrote ondernemingen.

Swaption

Een swaption is een optie op een swap. Het gaat om een overeenkomst waarbij het recht wordt gekocht om op een bepaald tijdstip (meestal over maximaal een jaar) een renteswap aan te gaan tegen een vastgelegde kapitaalmarktrente. Een voorbeeld om de gang van zaken te verduidelijken. Een onderneming heeft een schuld met een variabele rente en wil deze swappen voor een vaste rente. Maar de ondernemer verwacht dat de lange rente in het komende jaar zal dalen. In dat geval zou het beter zijn de renteswap nog een jaar uit te stellen. Gedurende dat jaar loopt de ondernemer het risico dat de kapitaalmarktrente juist stijgt. Dit risico kan hij uitschakelen door de aankoop van een swaption met een looptijd van twaalf maanden. Hij heeft dan een jaar later het recht een renteswap aan te gaan tegen het huidige rentetarief.

Caps, floors en collars

Andere instrumenten om het renterisico te beperken zijn de cap, de floor en de combinatie van beide, de collar. Sinds 1986 komen we ze tegen op de internationale markten. In Nederland zijn deze instrumenten nog geen gemeengoed. Dezelfde terminologie wordt met een vergelijkbare betekenis tegenwoordig bij warrants gebruikt. In plaats van de rente wordt dan de koersverandering van de onderliggende waarde beperkt door een bodem en/of een plafond.

Een cap?

Een cap beperkt het risico van een rentestijging bij een lening met een variabele rente. Als de rente stijgt boven het afgesproken niveau, dan krijgt de koper van de cap dit verschil vergoed van zijn tegenpartij. Zo wordt het risico van een stijgende rente gedekt, terwijl de ondernemer het voordeel van een mogelijke rentedaling kan incasseren. Voor de cap betaalt hij een prijs aan de verkoper, de premie, die afhankelijk is van de in de cap vastgelegde maximumrente. Hoe dichter de caprente boven de op dat moment geldende rente ligt, hoe duurder de cap. De verkoper van de cap loopt dan immers meer risico dat hij tot vergoeding van het negatieve renteverschil wordt verplicht.

Een floor?

De floor legt een 'vloer' in de rente. Daalt de rente onder het in de floor overeengekomen peil, dan ontvangt de floorkoper het verschil.

Of liever een collar?

Vaak zien we ook combinaties van caps en floors. De koper van de cap treedt dan tegelijkertijd op als verkoper van een floor. Als hij de contracten zo afsluit dat de betaalde premie voor de cap precies wegvalt tegen de premie die hij als verkoper van de floor ontvangt, spreken we van een collar.