Passieve indexbeleggers presteren per definitie beter dan de meeste actieve beleggers. Niet omdat markten efficiënt zijn – dat is niet relevant – maar vanwege de veel lagere kosten. Dit zal altijd zo zijn.
De vraag of financiële markten efficiënt zijn houdt de wetenschappelijke wereld en andere financiële deskundigen al vele decennia bezig. Het heeft namelijk vergaande gevolgen. Want als financiële markten efficiënt zijn, is het niet mogelijk om met ‘slimme’ analyses een beter dan gemiddeld rendement te behalen. Actief beleggen heeft dan geen zin. Indexbeleggen levert altijd meer op. Hierover is iedereen het eens.
Maar wat als markten niet efficiënt zijn? Veel actieve beleggers concluderen uit het voorgaande dat als markten niet efficiënt zijn, actief beleggen wel zin heeft en er geen goede reden meer is om te gaan indexbeleggen. Hier maken zij echter een denkfout. Want als markten niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat beurskoersen dus wel volgens herkenbare patronen bewegen en te voorspellen zijn. Laat staan dat actief beleggen zinvol is. Zoals in de praktijk ook duidelijk blijkt uit de voorspellingen van de deskundigen (niemand heeft het consistent goed) en de resultaten van actieve beleggers (de overgrote meerderheid verslaat de index niet).
Indexbeleggen altijd beter
Wat de actieve beleggers over het hoofd zien is dat de reden dat indexbeleggen werkt niet primair te maken heeft met de vraag of markten efficiënt zijn of niet maar alles te maken heeft met kosten. Dat zit zo. Het rendement van de markt is niet meer of minder dan het gemiddelde rendement van alle beleggers - passief en actief. Omdat passieve beleggers vóór kosten hetzelfde rendement behalen als de markt (zij volgen immers de markt), moet ook het gemiddelde rendement vóór kosten van actieve beleggers (als groep) hetzelfde zijn als de markt. Aangezien de kosten van actief beleggen veel hoger zijn dan van passief beleggen, kan het niet anders dan dat de meeste actieve beleggers na kosten slechter presteren dan passieve beleggers. Hier is niets ingewikkelds aan. Het is gewoon simpele logica.
William Sharpe
William Sharpe, een van de grondleggers van de moderne beleggingstheorie en winnaar van de Nobelprijs voor de economie in 1990, formuleerde het ooit als volgt: ‘Because active and passive returns are equal before cost, and because active managers bear greater costs, it follows that the after-cost return from active management must be lower than that from passive management. [...] the proof is embarrassingly simple and uses only the most rudimentary notions of simple arithmetic.’ *