Veel gestelde vragen - NAIC-methode


1. Ik wil snel een analyse kunnen uitvoeren zonder me in veel theorie te verdiepen. Is het model dan geschikt voor mij?

Ja. U wordt dan aangeraden de handleiding door te nemen in combinatie met een fondsenpagina om op een snelle manier achter de werking van het model te komen.

Om kort te zijn: de jaarkentallen boven in het werkblad van een fonds geven een indicatie van de over- of onderwaardering. Als bijvoorbeeld boven het jaar 2008 het getal 0,50 staat, betekent dit dat de huidige koers van het aandeel precies in het midden zit van de verwachte koersrange van dat jaar. Een waarde 0 geeft aan dat de huidige koers gelijk is aan de laagste koers die wordt verwacht, een negatieve waarde van het kental geeft aan dat de huidige koers onder de verwachte koersrange voor 2008 ligt. Andersom geeft een waarde 1 aan dat de huidige koers gelijk is aan de hoogste koers die wordt verwacht, een waarde boven de 1 betekent een huidige koers die ligt boven de verwachte koersrange.

Zo laag mogelijke jaarkentallen zijn dus een positief signaal. Maar is dit het enige waar ik op moet letten? Helaas niet. Het is ook verstandig om te begrijpen hoe de jaarkentallen worden bepaald. En dit is gelukkig niet moeilijk. De jaarkentallen worden berekend aan de hand van de huidige koers ten opzichte van de hoogste en laagste verwachte koers - oftewel de verwachte koersrange - voor een jaar. En de verwachte koersrange wordt bepaald door (1) de winstverwachting (verwachte winst per aandeel) en (2) de historische waardering van het aandeel, oftewel de historische hoogste en laagste koers-winstverhouding.

Bedenk dus goed dat een jaarkental in positieve of negatieve zin zal worden bijgesteld bij aangepaste winstverwachringen van een fonds. En bedenk ook dat de jaarkentallen van het fonds misschien te negatief of juist te positief worden weergegeven als de historische waardering van het fonds onterecht laag respectievelijk hoog is.

2. Het gehanteerde model op deze site bestaan uit excel-werkbladen. Moet ik excel kennen om het model te kunnen gebruiken?

Nee! het model is zodanig opgebouwd dat u niet lastig wordt gevallen met formules of het berekenen van kentallen. Dit doen de werkbladen automatisch voor u. Het enige wat u hoeft te doen is de kentallen op een juiste manier interpreteren en - indien u dat wenst - eigen waarden invullen. Dit laastste kunt u doen in de gele velden in het model voor bijvoorbeeld de huidige koers, de verwachte winstgroei en de koers-winstverhoudingen.

3. De koers van het aandeel komt niet overeen met huidige koers?

Dat klopt. De gegevens in het model - de koersen en winstverwachtingen - worden eens per kwartaal geactualiseerd, omdat in de praktijk is gebleken dat een hogere update-frequentie geen toegevoegde waarde biedt. Eens per jaar worden daarnaast de kerncijfers, oftewel de historische gegevensreeks - bijgewerkt.

Bovenstaande betekent automatisch ook dat de koersen slechts een keer bij maand worden geactualiseerd. De koers die in het model dus wordt getoond is dus de koers op het laatste actualisatiemoment. Updates vinden altijd het eerste weekend van de maand plaats.

U kunt in de werkbladen van het model wel doorrekenen met de huidige koers door in het gele invoerveld de huidige koers in te typen. Let daarbij op dat u een komma invoert om decimalen aan te geven en niet een punt.

4. Waarom zijn in de analysebladen van het model niet de dividenden opgenomen? Wegen deze niet mee in de methode?

Hoge dividenden zijn leuk voor de aandeelhouder, maar worden in de methode niet meegenomen om twee redenen. Ten eerste zijn wij van mening dat bij de aankoop van de juiste fondsen het rendement dat wordt behaald uit dividenden slechts een fractie is van het rendement dat wordt behaald uit koersstijgingen.

Ten tweede is onze stelling dat het dividendbeleid van een bedrijf vrijwel niets zegt over de sterkte van het aandeel. Een hoge payout-ratio, oftewel een hoog percentage van de winst dat aan dividend wordt uitgekeerd aan beleggers, is voor beleggers vaak aantrekkelijk. Immers, de winst van het bedrijf voelt de belegger direct in zijn portemonnee. Een lage payout-ratio of zelfs een payout-ratio van 0 betekent dat het bedrijf de ingehouden dividenden gebruikt om de balans te verbeteren of te investeren in het bedrijf. En dit kan volgens ons een even positief signaal zijn. Vandaar onze neutrale houding ten opzichte van het dividendbeleid van het bedrijf.

5. Als ik de groeipercentages voor de Wpa en de Opa nareken, kom ik op andere percentages uit?

Dit komt omdat de gegevens die online worden getoond, niet alle gegevens uit het model zijn. Online worden alleen de laatste 5 jaar van de historische gegevens weergegeven. Het feitelijke model omspant vaak meer dan 10 jaren uit het verleden of meer. Hier zijn de groeicijfers op gebaseerd.

Lees meer over de wijze waarop de groeipercentages zijn berekend.

6. Wat betekenen de teksten “minder betrouwbaar” en “onvoldoende gegevens beschikbaar” in de analysebladen van de fondsen?

Het model maakt gebruik van analistenverwactingen van de winst per aandeel. Als deze van een fonds niet beschikbaar zijn, dan worden de winstvoorspellingen bepaald door middel van het berekende groeipercentage van de Wpa. Dit wordt minder betrouwbaar geacht, omdat analistenverwachtingen zijn gebaseerd op inzicht in de gang van zaken en de strategie van het bedrijf en het Wpa-groeipercentage puur is gebaseerd op gegevens uit het verleden.

Als het model aangeeft dat "onvoldoende gegevens beschikbaar zijn" dan wil dit zeggen dat de redactie of niet de beschikking heeft over alle noodzakelijke historische gegevens of twijfelt aan de juistheid van deze gegevens. Voor de zekerheid wordt daarom deze mededeling afgegeven.

7. Ik begreep van de NAIC-methode dat ook het management wordt beoordeeld. Waarom komt dit niet terug in de WT-variant?

Het klopt dat inderdaad dat in de NAIC-methode die ten grondslag ligt aan de op deze site gebruikte methode, het management van het betreffende bedrijf wordt beoordeeld. De wijze waarop dit gebeurt is echter nogal discutabel.

Twee belangrijke indicatie in de NAIC-methode voor de competentie van het management zijn:

  1. De ontwikkeling van de nettowinst als percentage van de omzet, oftewel de nettomarge. Deze vergelijking wordt ook in de WT-variant meegenomen: geadviseerd wordt de realiteitswaarde van de Wpa-groei af te meten aan de mate waarin Wpa-groei en Opa-groei gelijke tred houden.
  2. De ontwikkeling van het rendement op eigen vermogen (REV). Dit is onmiskenbaar een belangrijk kengetal, maar de wijze waarop deze op basis van jaarverslaggegevens wordt bepaald is erg onbetrouwbaar, omdat deze afhankelijk zijn van de waarderingsgrondslag die wordt gehanteerd. Afhankelijk hiervan kan het REV anders uitvallen.

    Het REV geeft aan hoe de nettowinst is van het bedrijf ten opzichte van het eigen vermogen. Dit is vanzelfsprekend een belangrijk getal, omdat het aangeeft in hoeverre het management in staat is iedere eigen euro om te zetten in winst. Echter, sommige posten uit de jaarrekening kunnen zowel aan de winst als aan het eigen vermogen worden toegerekend of er juist van af getrokken. Denk bijvoorbeeld aan de goodwill die wordt betaalt in het geval van een overname van een ander bedrijf. Als deze in een keer van het eigen vermogen wordt afgetrokken, betekent dit dat het REV relatief gunstig zal uitvallen. Immers, de winst zal op peil blijven en het eigen vermogen neemt af. De winst als percentage van het eigen vermogen neemt dan vanzelfsprekend toe. Wordt de goodwill als afschrijving van de winst afgehaald, dan valt het REV minder gunstig uit.

    Aanbevolen in het NAIC/WT-model de ontwikkeling van het eigen vermogen re relateren aan de winstgroei (Wpa-groei). Een goed teken is als deze met elkaar in lijn liggen. Een sterke Wpa-groei bijvoorbeeld met een gelijkblijvend eigen vermogen per aandeel moet bij u twijfels oproepen.
8. Ik heb gelezen dat het werken met Wpa's een verkeerd beeld kan geven van het betreffende bedrijf. Hoe zit dit?

Dit klopt gedeeltelijk en heeft ook weer te maken met de verschillende waarderingsgrondslagen die bedrijven hanteren bij het opstellen van de financiele verslagen (zie vraag 7). De trend is echter dat voorschriften op dit gebied leiden tot een steeds toenemende standaardisatie.

Wij zijn van mening dat de NAIC-methode een zeer bruikbare methode is, ondanks het feit dat de vergelijkbaarheid en de betrouwbaarheid van de gegevens niet 100% kan worden gegarandeerd. Daarom is ons advies ook om voldoende spreiding in de portefeuille aan te blijven houden.

9. Waarom kan ik niet gewoon technische analyse toepassen bij het selecteren van aandelen?

Dit kan zeker wel en wordt zelfs aangeraden voor het bepalen van het juiste instapmoment. Ook als je op korte termijn wil beleggen (< 0,5 jaar), kunt u zich volgens ons beter baseren op indicatoren uit de technische analyse. Echter, voor een degelijke belegging - die u niet dagelijkse onzekerheid geeft en dus continu moet volgen - is inzicht in de fundamentele waarden van het bedrijf essentieel.

Voor lange termijn-analyse wordt door technisch analisten ook gebruik gemaakt van indicatoren, zoals steunen en weerstanden en MACD’s. Deze indicatoren liggen vaak in het verlengde van de fundamentele analyse. Als het fundamenteel goed gaat met een bedrijf, zal de koerstrend ook positief zijn en omgekeerd. Lees meer over onze visie op beleggen.

10. Zijn macro-economische factoren niet veel bepalender voor dan winstverwachtingen van het bedrijf?

Ja en nee. Macro-economische factoren zijn belangrijk, maar uiteindelijk gaat het om de economische factoren op het niveau van het bedrijf zelf. Natuurlijk is het wel zo dat de macro-economische factoren zich automatisch doen vertalen in de winstverwachtingen van bedrijven. Gaat het economisch slecht, dan is het voor ieder bedrijf moeilijk hoge winsten te maken.

11. Is het verstandig te beleggen in opties? En kan de methode hier bij helpen?

Om te beginnen bij het eerste gedeelte van de vraag. Opties zijn - naast bijvoorbeeld de handel in aandelen of obligaties - een beleggingsinstrument. Een beleggingsinstrument dat kan worden gebruikt om in te spelen op koersdalingen (put-opties), als winstversneller (hefboomeffect) of als risicoafdekking (driepoten). Lees meer over opties. Dus afhankelijk van wat u wilt met uw beleggingen kunnen opties zinvol zijn. Maar verdiep u dan wel eerst in alle ins en outs om grote teleurstellingen te voorkomen.

Dan het tweede gedeelte van de vraag. Met de handel in opties wordt vrijwel altijd de handel in aandelenopties bedoeld. Daar gaan wij hier ook van uit. Als je handelt in aandelenopties, wordt de winst of verlies op de opties in hoofdzaak bepaald door de stijging of daling van de onderliggende waarde, oftewel de koers van het aandeel. En juist hiervoor is de NAIC/WT-methode ontwikkeld.

Dus onthoud goed: het gebruik van opties is - net zoals de handel in aandelen - zinloos als u geen beeld heeft van het toekomstig koersverloop van een fonds.