Begrippen


A - E    |    F - J    |    K - O    |    P - T    |    U - Z

Aandeel Met een aandeel verwerf je een stukje van een bedrijf, waarmee je recht krijgt op zeggenschap, dividend en te maken krijgt met koersstijgingen en koersdalingen.

Aandelenoptie Optie die betrekking heeft op aandelen. Zie ook optie.

Beleggingsfonds Effectenportefeuille die wordt beheerd door een professional (fondsmanager) waarin iedereen kan participeren. De voordelen van een beleggingsfonds is dat deze wordt beheerd door een professional en dat u verder geen omkijken heeft naar uw aandelen. Bedenk echter wel dat een fondsmanager niet de wijsheid in pacht heeft en zich ook baseert op winstverwachtingen en ratio's, en daarvoor een methode zoals de NAIC/WT-methode hanteert. De meeste nadelen zijn ook evident: de kosten van een beleggingsfonds zijn hoog (vaak is niet duidelijk hoe hoog, maar ga ervan uit dat u in ieder geval meebetaalt aan het salaris van de fondsmanager, de huur van het mooie kantoorpand waarin hij zit en de nieuwe pc van de secretaresse) en het inzicht in de portefeuille is doorgaans laag. Daarnaast is een fondsmanager vaak gebonden aan een aantal (bedrijfs)regels, waaraan u als particuliere belegger niet gebonden bent. Een voorbeeld is de verdeling van de aandelen in de effectenportefeuille: een individueel aandeel mag niet meer dan een maximaal percentage (bijvoorbeeld 5%) van de totale portefeuille uitmaken.

Bestens order Aan- of verkooporder die wordt uitgevoerd tegen de eerst gedane koers. Een bestens order is een opdracht waarbij geen prijslimiet wordt meegegeven, dus zonder maximumprijs voor een kooporder of een minimumprijs voor een verkooporder.

(Beurs)koers Marktprijs als gevolg van de vraag en aanbod van een bepaald fonds.

Boekwaarde-koersverhouding De boekwaarde per aandeel gedeeld door de koers. De boekwaarde van het fonds is gelijk aan het eigen vermogen. De boekwaarde-koersverhouding is dus gelijk aan het eigen vermogen per aandeel gedeelte door de koers.

Calloptie Een recht om 'iets' gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf afgesproken prijs te mogen kopen. In het geval van een aandelenoptie is dit 'iets' een aandeel. U kunt niet alleen het recht verwerven om een onderliggende waarde tegen vooraf vastgestelde voorwaarden te kopen, maar ook de optie om een aandeel te verkopen. Het kooprecht noemen we een calloptie, het verkooprecht een putoptie. Met de koop van een calloptie speculeert u op een koersstijging, met de koop van een putoptie op een daling van de koers.

Dividend De winst die een onderneming uitkeert aan haar aandeelhouders. Maakt een bedrijf winst, dan kan het besluiten een deel uit te keren aan de aandeelhouders. Het is niet vanzelfsprekend dat dit gebeurt. Het bedrijf kan er bijvoorbeeld ook voor kiezen om leningen af te lossen of geld te reserveren voor toekomstige investeringen. Vaak wordt dan ook slechts een gedeelte van de winst uitgekeerd. Het percentage van de winst dat aan dividend wordt uitgekeerd, heet pay-out ratio. Het dividend kan worden uitgekeerd in cash of in aandelen. In het laatste geval wordt gesproken van stock-dividend.

Dividend per aandeel Het dividend gedeeld door het aantal uitstaande aandelen.

EBITDA De winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en herwaarderingen. EBITDA is de afkorting van Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisation.

Eigen vermogen Aandelenkapitaal plus reserves van de onderneming.

Eigen vermogen per aandeel Het eigen vermogen gedeeld door het aantal uitstaande aandelen. Dit wordt ook intrinsieke waarde genoemd.

Emissie Uitgifte van nieuwe effecten. Er bestaan emissies van nieuwe beursgangers (beursintroducties), maar ook van reeds beursgenoteerde bedrijven die extra aandelen willen plaatsen. Een beursemissie kan van invloed zijn op de winst per aandeel

Ex-dividend Aandelen kunnen ex-dividend gekocht of verkocht worden. Dit betekent dat de aandelen geen recht meer geven op dividendbetaling over het achterliggende jaar.

Fundamentele Analyse Fundatmentele Analyse is een beleggingsanalyse aan de hand @@.

Gelimiteerde order Order waarbij de opdrachtgever een koersgrens (limiet) aangeeft waarboven bij een kooporder, dan wel waaronder bij een verkooporder, niet tot uitvoering mag worden overgegaan. Aanbevolen wordt altijd een gilimiteerde order in plaats van een bestens order te geven.

Groeiaandeel Aandeel in een goed in de markt liggende onderneming met hoge toekomstverwachtingen en een sterke groei van de winst per aandeel.

Intrinsieke waarde Bij aandelen: Eigen Vermogen van de onderneming gedeeld door het aantal uitstaande aandelen. Bij opties: De intrinsieke waarde van een optie is het verschil tussen de beurskoers en de uitoefenprijs, voorzover deze positief is.

Koers-omzetverhouding De koers van een aandeel gedeeld door de omzet per aandeel (Opa). De koers-omzetverhouding is vergelijkbaar met de koers-winstverhouding en geeft een indicatie van de waardering van het fonds. Sommige analisten geven het gebruik van deze ratio de voorkeur boven de koers-winstverhouding, omdat de omzetontwikkeling op langere termijn een betere indicatie is voor de ontwikkeling van het bedrijf.

Koers-winstverhouding De koers van een aandeel gedeeld door de winst per aandeel (Wpa). De Wpa is een prima ratio om prestaties te vergelijken met die van voorgaande jaren, maar niet geschikt om een vergelijking te maken met andere bedrijven. Immers, een Wpa van € 5 zegt alleen iets over de aantrekkelijkheid van een aandeel als dit wordt afgezet tegen de koers van het aandeel. Vergelijk het met de prijs-kwaliteitsverhouding van een product in de winkel. De Wpa staat dan voor de kwaliteit van het aandeel, de koers voor de prijs van het aandeel. En zoals u in een winkel een product beoordeelt op de prijs-kwaliteitverhouding, doet u dit voor een aandeel met de koers-winstverhouding. De verhouding vertelt u hoeveel jaar de onderneming dezelfde winst moet draaien om uw investering terug te verdienen. Dus is een aandeel met een lage koers-winstverhouding beter is dan een aandeel met een hoge-koerswinstverhouding, aangezien uw geïnvesteerde geld sneller is terugverdiend? Nee, want u gaat dan uit van een gelijke winstgevendheid (Wpa). Voor een snelgroeiend bedrijf neemt de koers-winstverhouding - bij een gelijkblijvende koers - sneller af dan bij een langzame groeier en dus zal een hogere koers-winstverhouding voor deze bedrijven gerechtvaardigd zijn. Let echter wel op het hogere risico bij deze bedrijven: de verwachtingen van het bedrijf kunnen positief zijn, deze moeten wel worden waargemaakt. Kijken we naar de historie van de beurs dan zien we dat de koers-winstverhoudingen voor de gehele beurs flink kunnen schommelen. In stijgende markten waarin veel van bedrijven wordt verwacht kan het gemiddelde rond de 20 liggen, in tijden van recessie op 10.

Limiet Hoogste koers waartegen koper wil kopen, laagste koers waartegen verkoper wil verkopen.

Long positie Positie waarbij men als houder van een optie (call of put) gebruik kan maken van de rechten van de desbetreffende optie. Ook: Positie in effecten, waarbij de onderliggende waarden in bezit zijn.

MACD Populaire indicator binnen de Technische Analyse. De MACD, ofwel Moving Average Convergence Divergence, kijkt naar gemiddelden koersen over een bepaalde periode in een grafiek (de MA's, oftewel Moving Averages). Op basis van deze gemiddelden worden trends zichtbaar. De MACD wordt berekend door het 26-daags gemiddelde (MA) af te trekken van het 12-daags gemiddelde (MA). Wanneer dit voor iedere dag wordt gedaan, ontstaat er een lijn die rondom het nulpunt zal liggen. Doorkruist deze lijn het nulpunt in opwaartse richting, dan is er sprake van een koopsignaal. Gebeurt dit in neerwaartse richting, dan is dit een verkoopsignaal. De gedachte hierachter is dat voor een koopsignaal het korte termijn gemiddelde "positiever" is dan het langere termijn gemiddelde en dus de trend als positief kan worden aangeduid.

Marktkapitalisatie Aantal uitstaande aandelen maal de koers van het aandeel. Dit wordt ook beurswaarde genoemd. De marktkapitalisatie geeft in feite de omvang van het fonds weer en is een belangrijke factor bij het samenstellen van de indices. Zo zijn in Nederland de bedrijven met een grote marktkapitalisatie (largecaps) te vinden in de AEX (Amsterdam Exchange Index), de bedrijven met een gemiddelde marktkapitalisatie (midcaps) in de AMX(Amsterdam Midkap Index) en de bedrijven met een kleine marktkapitalisatie (smallcaps) in de AScX (Amsterdam Smallcap Index) of op de lokale markt.

Obligatie Een obligatie is een schuldbewijs van de Staat (een 'Staatsobligatie'), een overheidsinstelling of een onderneming. De vergoeding bestaat uit een vaste rente die meestal jaarlijks wordt uitgekeerd.

Omzet per aandeel (Opa) De omzet die het bedrijf maakt, gedeeld door het aantal aandelen. Deze ratio is belangrijk bij het bepalen van de degelijkheid van de groei van een fonds. Een winstgroei zonder omzetgroei duidt op een ongezonde situatie en dient kritisch te worden beschouwd.

Onderliggende waarde De aandelen, obligaties, index, valuta of edelmetaal waarop een optie betrekking heeft.

Optie Een recht om 'iets' gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf afgesproken prijs te mogen kopen of verkopen. Dat 'iets' is bijvoorbeeld een aandeel.

Optieprijs of premie Prijs (koers) waartegen een optie wordt verhandeld dan wel de prijs waartegen een optie staat genoteerd.

Pay-out ratio Percentage van het aan aandeelhouders toekomende deel van de winst als dividend wordt uitgekeerd.

Premie Bij opties: de prijs (koers) waartegen een optie wordt verhandeld dan wel de prijs waartegen een optie staat genoteerd.

Putoptie Een recht om 'iets' gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf afgesproken prijs te mogen verkopen. Dat 'iets' is bijvoorbeeld een aandeel. Met de koop van een putoptie op een daling van de koers.

Rendement Opbrengst of inkomen van een investering of belegging als financiële uitkomst over een (meestal) bepaalde periode. Indien uitgedrukt in een percentage van de waarde van de investering of van het geïnvesteerd bedrag, spreekt men veelal van rentabiliteit.

RSI Populaire indicator binnen de Technische Analyse, die staat voor de relatieve sterke index (RSI). De indicator kijkt of een aandeel in de afgelopen periode (te) veel is gekocht of (te) veel is verkocht. De waarde van de RSI ligt tussen de 0 en 100. Ligt de waarde op 30 of lager, dan is het aandeel 'te veel verkocht' en is het advies: kopen. Ligt de waarde op 70 of hoger, dan is het aandeel 'te veel gekocht' en luidt het devies: verkopen. Sommige analisten prefereren overigens grenswaarden van respectievelijk 25 en 75. De RSI wordt doorgaans in combinatie met steunen en weerstanden bekeken. Botst een koers tegen een weerstandslijn (de bovenste lijn die de toppen verbindt) en is de RSI 70 dan is dit een duidelijk signaal om je winst veilig te stellen: het aandeel is volgens de RSI-indicator al veel gekocht en zal dus moeite hebben om uit het niets die lastige weerstandslijn te doorbreken. Beweegt een koers zich rondom de steunlijn (de onderste lijn die de bodems met elkaar verbinden) en is de RSI 30, dan is dat een sterk koopsignaal. De RSI-indicator zegt niets over de fundamentele waarde van een aandeel. In de NAIC/WT-methode wordt de indicator aanbevolen om het juiste in- of uitstapmoment van een aandeel te bepalen.

Short positie Bij effecten: situatie waarbij iemand de effecten die hij heeft verkocht nog moet inkopen en afleveren. Bij opties: positie waarbij men de plicht heeft, indien men daartoe wordt aangewezen, de onderliggende waarde te leveren (call) of af te nemen (put) tegen de uitoefenprijs van de optie. Een shortpositie ontstaat door een opening sell (het schrijven van een optie).

Split-up Splitsing van aandelen in kleinere coupures van hetzelfde fonds (het kleiner maken van de nominale waarde van de aandelen).

Stockdividend Winstuitkering over een lopend of over een afgelopen boekjaar in de vorm van aandelen, in plaats van in contanten.

Technische Analyse Technische Analyse is een beleggingsanalyse aan de hand van koers en volume informatie.

Uitoefenprijs Bij opties: De prijs die u vooraf afspreekt waartegen u een onderliggende waarde mag kopen of verkopen. Deze prijs kan gelijk te zijn aan de huidige beurskoers van het aandeel, maar kan ook lager of hoger zijn dan de huidige koers.

Verwachtingswaarde (Tijdswaarde) Bij opties: Het verschil tussen de prijs die je voor een optie betaalt en de intrinsieke waarde van die optie. Stel dat een optie met uitoefenprijs 25 euro 6,50 euro kost terwijl de beurskoers 30 euro is, dan is de intrinsieke waarde 30 euro minus 25 euro ofwel 5 euro en de verwachtingswaarde 6,50 euro minus 5 euro ofwel 1,50 euro. Hieruit blijkt dat opties meer waard zijn dan alleen hun intrinsieke waarde. Hoe langer de looptijd en hoe beweeglijker de onderliggende waarde, des te groter de verwachtingswaarde zal zijn. At the money-opties en out of the money-opties bezitten geen intrinsieke waarde; de waarde van deze rechten bestaat alleen maar uit verwachtingswaarde. De verwachtingswaarde van at the money-opties is het hoogst. Een calloptie hoeft immers maar iets naar boven te bewegen en de optie krijgt intrinsieke waarde. In the money-opties hebben zowel intrinsieke waarde als verwachtingswaarde.

Volatiliteit De mate waarin effecten aan onverwachte en onvoorspelbare prijsschommelingen blootstaan.

Vreemd vermogen Alle schulden van een organisatie.

Waardeaandelen Aandelen in doorgaans minder populaire bedrijven met relatief lage toekomstverwachtingen en een realtief lage waardering (koers-winstverhouding). Uit onderzoek naar waarde- en groeiaandelen is gebeleken dat deze aandelen gemiddeld beter preseteren dan groeiaandelen.

Winst per aandeel (Wpa) De winst die de aandeelhouders toekomt, gedeeld door het aantal aandelen. Een winst van bijvoorbeeld vijf miljard euro van een bedrijf is veel geld, maar zegt weinig over het rendement op uw aandelen. Wat voor u relevant is, is of deze winst 'verspreid' is over 100 of 100.000.000.000 aandelen. Dus de Wpa kan dalen als de winst van het bedrijf van het bedrijf stijgt. Dit is het geval als het aantal aandelen procentueel sterker groeit dan de winst. Het aantal aandelen groeit bij bijvoorbeeld een nieuwe emissie van aandelen (aantrekking van vreemd vermogen) of bij een overname, waarbij het overgenomen bedrijf niet direct bijdraagt aan de winst. Het aantal uitstaande (verhandelbare) aandelen daalt als het bedrijf besluit eigen aandelen in te kopen. Dit kan een bedrijf doen om haar balans te verbeteren (verhouding tussen eigen en vreemd vermogen).