- Stap 0: Selectie interessante aandelen We beginnen met het identificeren van mogelijk interessante aandelen. Hiervoor biedt het model een selectiefunctie, waarin aandelen op basis van kerncijfers kunnen worden vergeleken . Op basis van deze functie kan snel inzicht worden verkregen welke aandelen bijvoorbeeld een hoog stijgingspotentieel op korte of lange termijn hebben, wat de gemiddelde groeiverwachting is en wat de historische koers/winstverhouding is.
De selectie wordt als stap 0 aangeduid, omdat deze stap niet behoort tot de feitelijke analyse. Deze feitelijke analyse is gericht op het vormen van een idee van de uiterste grenzen waarbinnen de koers van een geselecteerd aandeel zich de komende jaren naar alle waarschijnlijkheid zal bewegen. Aan de basis van deze analyse liggen de volgende data: de winst per aandeel (Wpa), de omzet per aandeel (Opa), het eigen vermogen per aandeel (EVpa), de hoogste koers en de laagste koers voor minimaal vijf van de laatst bekende boekjaren. Op basis van deze historische gegevens worden kengetallen berekend die worden gebruikt bij het prognoticeren van de komende jaren. Dit gebeurt als volgt:
- Stap 1: Berekening gemiddelde groeipercentages Wpa en Opa De groeipercentages worden op basis van twee methodes bepaald om een zo betrouwbaar mogelijk gemiddeld groeipercentage voor zowel Wpa als Opa vast te stellen. De betrouwbaarheid hangt daarbij - naast de gebruikte methodes - af van de hoeveelheid historische gegevens: hoe meer Wpa- en Opa-jaarcijfers beschikbaar zijn, hoe betrouwbaarder het jaarlijks gemiddelde groeipercentage.
- Stap 2: Vergelijking gemiddelde groeicijfers Wpa en Opa Deze stap wordt gezet om te bepalen of het berekende Wpa-groeipercentage wel realistisch is voor de komende jaren. Een indicatie van een gezonde en betrouwbare Wpa-groei is als de Wpa-groei ongeveer gelijk is aan de Opa-groei.
Een Wpa-groeipercentage dat veel hoger is dan het Opa-groeipercentage is reden om niet te veel waarde aan het Wpa-groeipercentage te hechten. Het beste kan dan handmatig een groeipercentage worden ingevoerd, dat dichter ligt bij het Opa-groeipercentage (zie de Handleiding bij het model / tabblad Analyse). Immers, als de winst hard groeit, maar de omzet niet, wil dat zeggen dat de winstmarges toenemen. Oftewel, de marge tussen wat een product of dienst oplevert aan inkomsten en wat het product of dienst kost om te maken wordt vergroot. Dit is alleen mogelijk als het bedrijf:
- de verkoopprijs voor het product of dienst steevast kan verhogen door een leidende marktpositie of;
- de kostprijs van het product of dienst steevast kan verlagen door te snijden op de kosten.
De eerste optie is voor een bedrijf moeilijk vast te houden, omdat een hoge winstmarge concurrentie aantrekt. De tweede optie leidt op langere termijn automatisch tot een daling van de Wpa-groei, aangezien aan efficientieverbeteringen een limiet zit.
- Stap 3: Prognoticering Wpa's toekomstige jaren Het gemiddelde Wpa-groeipercentage wordt gebruikt om de Wpa’s van toekomstige jaren (prognoseperiode) te voorspellen. Van belang daarbij is dat de prognoseperiode doorgaans bestaat uit twee delen:
- De (eerstkomende) jaren waarvoor door analisten voorspellingen van de Wpa (winstverwachtingen) zijn gedaan. Deze voorspellingen worden overgenomen en meegenomen bij het bepalen van het Wpa-groeipercentage.
- De jaren daaropvolgend. De Wpa's voor deze jaren worden bepaald door de Wpa van het voorgaande jaar te vermenigvuldigen met het jaarlijks gemiddelde Wpa-groeipercentage.
- Stap 4: Berekening hoogste cq. laagste gemiddelde koers-winstverhouding (K/W-verhouding) De hoogste en laagste koers van ieder jaar uit de historische periode wordt gebruikt om de hoogste cq. laagste K/W-verhouding te bepalen. Dit wordt eenvoudigweg gedaan door de hoogste cq. laagste koers uit een jaar te delen door de Wpa. Zodoende ontstaan twee reeksen K/W-verhoudingen (hoogste en laagste). Van beide reeksen wordt het gemiddelde bepaald.
|
- Stap 5: Extrapolatie K/W-verhoudingen Uitgangspunt van de NAIC/WT-methode is dat de jaarlijks hoogste cq. laagste koers van het aandeel even hard groeit als de Wpa. Oftewel, de gemiddelde K/W-verhoudingen uit stap 4 worden doorgetrokken voor de prognoseperiode.
- Stap 6: Prognose hoogste cq. laagste koersen in komende jaren Een prognose van de hoogste cq. laagste koersen in de komende jaren wordt eenvoudigweg verkregen door de geprognotiseerde Wpa (stap 3) te vermenigvuldigen met de betreffende K/W-verhouding (stap 5). Hieruit volgt in de prognoseperiode (dus voor het eerstkomende boekjaar en de jaren daarop) een koersrange, die aan de bovenkant wordt begrensd door de hoogste geprognoticeerde koersen en aan de onderkant door de laagste geprognoticeerde koersen.
- Stap 7: Bepaling waardering De basis voor het bepalen of een aandeel nu als onder- of overgewaardeerd kan worden aangemerkt, wordt in deze stap bepaald. Hiertoe wordt per prognosejaar nagegaan of de huidige koers aan de onder- of bovenkant van de geprognotiseerde koersrange ligt. Dit wordt gedaan volgens de volgende formule: (huidige koers - laagste geprognoticeerde koers) / (hoogste geprognoticeerde koers - laagste geprognoticeerde koers). Ligt de hudige koers aan de onderkant van de koersrange, dan zal het kengetal tussen de 0 en 0,5 liggen (een huidige koers onder de koersrange betekent een kengetal onder de 0). Ligt de hudige koers aan de bovenkant van de koersrange, dan zal het kengetal tussen de 0,5 en 1 liggen (een huidige koers boven de koersrange betekent een kengetal boven de 0).
Het zal duidelijk zijn dat een koers aan de onderkant van de koersrange (dus met een laag of negatief kengetal) duidt op een ondergewaardeerd aandeel en dus mogelijk interessant om te kopen. Er is immers sprake van een ruim stijgingspotentieel. Andersom duidt een kengetal tegen de 1 of daar zelfs boven op een overgewaardeerd aandeel.
Eveneens zal duidelijk zijn dat bij een groei van de Wpa de geprognoticeerde koersrange ook stijgend is. De kengetallen zullen dus verder in de toekomst een lagere waarde hebben. Hoe snel deze waarde afneemt hangt af van het Wpa-groeipercentage. Nu is het doorgaans zo dat snel groeiende bedrijven relatief duur zijn (dus voor het eerstkomende boekjaar een hoger kengetal dan bij trage groeiers). Maar door het hoge groeipercentage is het kengetal voor jaar 5 in de toekomst juist relatief laag.
- Stap 8: Afweging overige informatie Op basis van voorgaande stappen heeft u een goed idee van de verhouding tussen het positieve en negatieve koerspotentieel, van de mate van zekerheid van omzet- en winstontwikkeling en in het algemeen heeft u een redelijk goed inzicht verkregen in de onderneming. Hieropvolgend zult u zich nog een aantal min of meer voor de hand liggende vragen moeten stellen, waarvan de antwoorden niet uit de beschikbare data kunnen worden afgeleid, zoals:
- Zijn er ontwikkelingen (te voorzien) die het toekomstbeeld kunnen verstoren? Denk bijvoorbeeld aan de tabaksindustrie met voorkomende claims of de muziekindustrie en de media met veranderende businessmodellen door de opkomst van internet.
- Wat zijn overige risico’s? Heeft de onderneming bijvoorbeeld slechts enkele grote afnemers, is de regio waarin de onderneming actief is instabiel, enz.?
- Groeit de onderneming in een stagnerende of dalende markt (erg sterk), of samen met de concurrentie in een sterk groeiende markt (met misschien dalend marktaandeel)?
- Hoe ziet de analyse van andere aandelen eruit? Past dit aandeel goed in onze portefeuille op dit moment en op termijn van enkele jaren?
- Stap 9: Bepaling instapmoment U heeft nu een beeld wat de waardering is van het geselecteerde aandeel. Om het juiste instapmoment te bepalen, kunt u het beste gebruik maken van Technische Analyse. Een goed instrument is de Relatieve Sterkte Index (RSI). Zie voor een uitleg van dit instrument de Begrippenlijst. Indien u deze stap niet wilt toepassen, zorg er dan voor dat u uw (ver)koopopdrachten altijd een limiet meegeeft. Pas nu kunt u met een gerust hart een (ver)koopopdracht plaatsen en het aandeel verder, aan de hand van de NAIC/WT-methode zelfverzekerd volgen.
|